Je saldo groeit, je bankapp toont een mooi groen getal, en toch wordt je geld minder waard. Dat klinkt onlogisch, maar voor wie zijn spaargeld bij ING, ABN AMRO of Rabobank laat staan, is het gewoon de stand van zaken in 2026.
De CBS-raming van april plaatste de Nederlandse inflatie op 2,8 procent. ING en ABN AMRO bieden 1,25 procent spaarrente. Rabobank 1,4 procent. Het verschil: zo'n 1,4 tot 1,5 procentpunt verdampt per jaar uit je koopkracht. Op een spaarbedrag van €20.000 is dat ruim €280 per jaar — verlies dat nergens op je bankafschrift zichtbaar is.
Hoe dat precies werkt
Spaargeld verliest koopkracht wanneer de rente die je ontvangt lager is dan de inflatie. Concreet: stel je hebt €10.000 bij ING staan. Na een jaar heb je €10.125 op je rekening, want 1,25 procent erbij. Maar diezelfde €10.000 had een jaar geleden de koopkracht die je nu pas met €10.280 haalt, want de inflatie was 2,8 procent. Per saldo ben je €155 aan koopkracht kwijt.
Het geld is er nog. Je kunt er alleen minder mee doen. Volgens het CBS is de inflatie in april 2026 op dat punt uitgekomen.
Waarom bieden de grote banken zo weinig?
ING, ABN AMRO en Rabobank hebben geen behoefte aan meer spaargeld. Ze zitten ruim in hun deposito's en hoeven geen spaarders te lokken met hoge rentes. Kleinere banken en buitenlandse spelers doen dat wél, omdat ze groeien willen en daarvoor nieuwe klanten nodig hebben.
De hoogste reguliere spaarrente op dit moment: tot 2,5 procent bij kleinere banken. Spaardeposito's — waarbij je je geld voor een vaste looptijd vastzet — gaan zelfs richting 3 procent voor één jaar en 3,4 procent voor tien jaar. Nog steeds onder de inflatie, maar beduidend minder verlies dan bij de traditionele grootbanken.
Deposito of flexibele spaarrekening?
Een deposito is niet voor iedereen de juiste keuze. Je kunt niet tussentijds bij je geld — in ruil voor die beperking krijg je meer rente. Wie een noodreserve aanhoudt, wil die altijd kunnen opnemen. Maar voor geld dat je toch niet aanspreekt — denk aan een erfenis, spaargeld voor later of een buffer bovenop je noodreserve — is een deposito bij een kleinere bank een stuk effectiever dan een standaardrekening bij ING.
Een vuistregel: houd drie tot zes maanden aan vaste lasten vrij toegankelijk op een flexibele spaarrekening. Alles daarboven kun je beter parkeren waar het meer oplevert. Beter omgaan met geld begint nu eenmaal met weten waar je spaargeld staat en wat het oplevert.
Veilig wisselen: wat je moet weten over depositogarantie
Een veelgehoorde zorg: is mijn geld wel veilig bij een kleinere bank? Het antwoord is ja, als die bank onder de Europese depositogarantieregeling valt. Tot €100.000 ben je gedekt, ook bij een bank die je niet van televisiereclames kent. Controleer dit altijd vooraf via de lijst van De Nederlandsche Bank.
Spaargeld bij buitenlandse banken die in de EU opereren valt ook onder hun eigen nationaal garantiestelsel. In de meeste EU-landen is de grens eveneens €100.000. Risicovrij overstappen is dus zeker mogelijk.
Hoe groot is het verschil over een paar jaar?
Stel je zet €15.000 twee jaar lang vast. Bij ING op 1,25 procent heb je na twee jaar €15.377. Bij een bank die 2,5 procent biedt: €15.756. Verschil: €379. Voor twee jaar niks doen behalve de bank wisselen. Dat is precies het soort actie dat hoort bij dat jaarlijkse financiële checkmoment dat veel mensen uitstellen, maar waarbij telkens echte euro's te halen zijn.
Wie echt wil maximaliseren, houdt ook rekening met de belastingregels. Want vermogensbelasting heeft invloed op de netto-opbrengst van je spaargeld. Hoeveel je in 2026 belastingvrij mag aanhouden, lees je in ons artikel over belastingvrij sparen in 2026.
Wat je nu concreet kunt doen
Overstappen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Praktisch gezien:
- Kijk op een vergelijkingssite welke spaarrente op dit moment het hoogst is
- Controleer of de bank onder een depositogarantiestelsel valt
- Open een rekening bij die bank — dat duurt online doorgaans tien minuten
- Zet je slapende spaargeld over en houd je noodreserve flexibel toegankelijk
- Vergelijk één keer per jaar opnieuw, want rentes veranderen
Kleine moeite, consistent resultaat.
Stilstaan kost geld, overstappen kost niets
De ironie van een spaarrekening met te lage rente is dat je er niks voor hoeft te doen om koopkracht te verliezen — je hoeft alleen maar te blijven zitten. Andersom: overstappen kost niets en levert elk jaar honderden euro's op als je een beetje spaargeld hebt staan.
Banken concurreren niet op rentes zolang klanten toch niet weglopen. Als meer spaarders zien wat hun geld werkelijk doet bij de grote drie, verandert dat vanzelf.